Helga's tussenkomst in de Commissie Werkgelegenheid en Sociale Zaken van 30.08.2017: “Behandeling amendementen - De bestrijding van ongelijkheid als hefboom om het scheppen van banen en groei te stimu

30/08/2017

Ik ben er net zoals de rapporteur volledig van overtuigd dat meer gelijkheid en opwaartse convergentie een Europese prioriteit moeten zijn. Ongelijkheid schaadt ons allen. Het zet een rem op economische groei en werkgelegenheid. Dit moeten we uiteraard niet willen.


Hoe we ongelijkheid moeten bestrijden, is echter een veel moeilijkere vraag waarover ik graag met de rapporteur en collega's van gedachten wil wisselen. Sta mij toe enkele amendementen toe te lichten die ik bij het ontwerpverslag heb geformuleerd. 
Allereerst geloof ik niet dat hét antwoord op ongelijkheid een steeds verdergaande Europeanisering is. Ik stel vast dat het ontwerpverslag onder meer oproept tot een Europese werkloosheidsregeling, een richtlijn inzake zwangerschapsverlof, een richtlijn inzake langdurige zorg en zorgverleners, een kaderrichtlijn inzake fatsoenlijke arbeidsomstandigheden, en ga zo maar door. Het subsidiariteits- en proportionaliteitsbeginsel zijn echter geen details die zo maar aan de kant mogen worden geschoven. Het zijn Europese basisbeginselen, die een zeer belangrijke bestaansreden hebben. Wanneer lidstaten sociale eenheidsworst wordt opgedrongen, zullen zij - zeker gezien de schaarse middelen - onvoldoende kunnen rekening houden met de noden van de eigen burgers. Dit heeft als onvermijdelijke gevolg dat we de burger nog verder van Europa vervreemden. Dit kan niet de bedoeling zijn. Het subsidiariteitsbetoog is dus niet enkel juridisch of technisch; het is een fundamentele keuze die de verdragsopstellers - de lidstaten - lang geleden hebben gemaakt en die wij moeten respecteren.  


Ten tweede wil ik benadrukken dat atypisch werk geen synoniem is voor uitbuiting. Uitbuiting moet uiteraard worden bestreden en we moeten beducht zijn geen ‘working poor’ te creëren. Maar deeltijdwerk kan bijvoorbeeld een waardevol alternatief zijn voor inactiviteit, en groepen die nu ondervertegenwoordigd zijn, stimuleren om deel te nemen aan de arbeidsmarkt. Flexibiliteit gaat en moet gaan om het creëren van kansen. Ik geloof sterk in het geven van kansen aan mensen; dit in combinatie met een sterk sociaal vangnet wanneer nodig. 


Ten derde, gaat in het verslag ook aandacht naar de gevolgen van automatisering. Eerder dan dit als een bedreiging te zien, moet volgens mij in kaart worden gebracht wat de verwachte impact zal zijn van terreinen waar volledige of gedeeltelijke automatisering zal plaatsvinden. Dit mag niet leiden tot reactionair beleid. We hebben in tegendeel nood aan beleid gestoeld op onderzoek, reflectie en selectiviteit. Daarbij wil ik benadrukken dat het ontwikkelen en versterken van de juiste mix van vaardigheden en competenties essentieel is in een veranderende arbeidsmarkt. Een ‘leven lang leren’ moet verder het vaardigheidsniveau verhogen en vaardigheidstekorten aanpakken, en zo bijdragen aan verbeterde arbeidsmarktresultaten en productiviteit.  


Ik wil tot slot, meer algemeen, oproepen om in dit verslag te komen tot gerichte oplossingen voor het stimuleren van jobcreatie en een goed ondernemingsklimaat. Ik denk dat we deze focus goed moeten bewaken, om zo tot een gericht verslag te komen. Ik kijk ernaar uit hier, samen met de rapporteur, aan te werken.