Helga's tussenkomst in plenaire vergadering van 23.11.2016 m.b.t. agendapunt "Toetreding van de EU tot het Verdrag van Istanbul inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen".

23/11/2016

 

Aan de vooravond van de Internationale Dag voor de uitbanning van geweld tegen vrouwen is het absoluut niet aanvaardbaar dat er maar een geringe vooruitgang is bij het bestrijden van geweld tegen vrouwen en gendergerelateerd geweld. Volgens een recente studie van FRA heeft in de EU een op vijf vrouwen te maken gehad met fysiek geweld door een ander dan hun partner sinds hun vijftiende. In het bijzonder vrouwen met een beperking lopen volgens schattingen 1,5 tot 10 keer meer risico om misbruikt te worden dan vrouwen zonder beperking.

Geweld tegen vrouwen, maar zeker ook tegen mannen, en kinderen, vormt een schending van de grondrechten en is een extreme vorm van discriminatie, die zowel oorzaak als gevolg van genderongelijkheid is.


De Commissie stelde op 4 maart 2016 voor dat de EU toetreedt tot het verdrag van Istanbul, het eerste juridisch bindende instrument op internationaal niveau voor het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen. Slechts veertien EU landen, waaronder België, hebben het Verdrag geratificeerd. Ik steun uiteraard de toetreding van de EU tot het Verdrag van Istanbul. Natuurlijk is het in principe aan de lidstaten om hun job te doen en vrouwen tegen geweld te beschermen. Maar de EU kan hier aanvullend in optreden, bijvoorbeeld in verband met de rechten van slachtoffers en beschermingsbevelen, en op het gebied van gerechtelijke samenwerking in strafzaken.