Nieuw - Vlaams Magazine Mei 2016 - Sociale zekerheid

08/06/2016

 

Er is veel te doen geweest rond de sociale zekerheid en dat we die zouden willen afbouwen of zelfs afbreken. Hierbij de 5 meest gestelde vragen en het antwoord van de N-VA hierop. Met dank aan collega Jan Spooren van de N-VA Kamerfractie.


De vakbonden reageerden zeer negatief op de resultaten van de begrotingscontrole: ‘een onmenselijk akkoord’, ‘een historische stap achteruit’, ‘we zijn gepakt en bedrogen’. Hebben ze een punt?
 

Ons antwoord is: Natuurlijk niet. De vakbonden hangen constant een verhaal op van sociale afbraak en achteruitgang. Maar voor wie de cijfers kent, klinkt dat toch nogal vreemd in de oren. Wij geven dit jaar al goed 100 miljard uit aan onze sociale zekerheid. En tegen het einde van de legislatuur zal dat nog 12,5 miljard meer zijn. Dat is het totale budget van het Vlaamse onderwijs dat we méér gaan uitgeven in de sociale zekerheid. Dan van sociale afbraak durven spreken is niet ernstig.”
 

De kritiek luidt dat er besparingen zijn ‘op kap van de zieken en de ambtenaren’.
 

“Wie de geldstromen van de sociale zekerheid een beetje kent, weet gewoon dat de pensioenen en de arbeidsongeschiktheid twee grote knelpunten zijn. De pensioenuitgaven stijgen met 6,5 miljard naar het duizelingwekkende bedrag van 52 miljard euro. De ambtenarenpensioenen zijn daarbij goed voor een derde van de totale pensioenmassa. Ook het aantal mensen in de arbeidsongeschiktheid groeit schrikbarend snel. Om onze sociale zekerheid betaalbaar en zeker te houden moeten we wel zorgen dat meer mensen langer aan de slag blijven of weer aan de slag raken na een ziekte.
 

Daarnaast is het ook voor de langdurig zieken zelf levensbelangrijk dat ze niet aan hun lot worden over gelaten, en dat ze actief worden geholpen. We nemen juist zeer sociale maatregelen. Neem nu de zieke ambtenaren: vandaag zijn er die na een bepaalde tijd ziekte verplicht op pensioen worden gesteld, dikwijls met een pensioen van een paar honderd euro in plaats van met een ziekteuitkering van 65 procent van het laatste loon. Dat levert al jaren schrijnende verhalen op. Dat lost deze regering nu eindelijk op.”
 

Laat ons beginnen met de ambtenarenpensioenen. De vakbonden rekenen een verlaging tot 20 procent voor door de combinatie van maatregelen.
 

“Dat is complete onzin. Maar laat me eerst vertellen wat we hebben gedaan, en waarom we het doen. Vandaag is de loopbaan van de meeste ambtenaren gemiddeld vijf jaar korter dan in de privé sector. Drie op de vier ambtenaren stoppen op hun zestigste. Het is de overheid zelf die die vervroegde uittrede heeft aangemoedigd en excessen zoals het ‘opsparen’ van ziektedagen heeft toegestaan. Maar dat is vandaag onhoudbaar en niet rechtvaardig. De redenering dat het hogere pensioen compenseert voor een vlakkere loopbaan is gedeeltelijk correct, maar dat verhaal gaat niet meer op als men dan ook nog eens minder lang moet werken.
 

Over de verlenging van de loopbaan zijn bij de begrotingscontrole twee maatregelen beslist: het stoppen met meetellen van de studiejaren in de pensioenberekening, en het afschaffen van de zogenaamde ‘preferentiële tantièmes’ tenzij voor zware beroepen. De maatregel die het meeste doorweegt in de scenario’s van de vakbonden is het berekenen van het pensioen op basis van het gemiddelde loon van de ganse loopbaan in plaats van op basis van de laatste tien jaar. Maar daarover is met geen woord gerept! Dat systeem komt er ten vroegste tegen 2030 als het puntensysteem wordt ingevoerd, en dan nog staat er expliciet in het regeerakkoord dat de ambtenarenpensioenen daardoor gemiddeld niet zullen dalen. Daarnaast verzwijgen de vakbonden en de oppositie stelselmatig dat bij al deze hervormingen reeds opgebouwde pensioenrechten volledig worden gerespecteerd.”



Was de diplomabonificatie - het meetellen van de studiejaren - al niet afgeschaft?
 

“In een eerste fase is beslist om de diplomabonificatie af te schaffen voor wie vervroegd pensioen aanvraagt, om zo de ambtenarenloopbaan te kunnen verlengen. Tegen 2029 zal het systeem volledig zijn uitgedoofd. De vakbonden hebben daarover een rapport gevraagd aan het Planbureau. En wat blijkt: de ambtenarenpensioenen zullen nog aanzienlijk stijgen door die maatregel. Door de studiejaren niet meer te laten meetellen in de berekening temper je gewoon die stijging.
 

Wat je geleidelijk verliest aan diplomabonificatie – de eerste fase van de maatregel is gespreid over 15 jaar – zal je dus langer moeten werken. Dat de vakbonden daarop hebben gevraagd om dit rapport geheim te houden, bevestigt enkel dat ze het spel communicatief niet altijd even eerlijk spelen.”


De tantièmes dan. Wat is dat juist en wie geniet ervan?

“Dankzij de tantièmes hebben sommige beroepsgroepen al na een carrière van 36 of 40 jaar een maximumpensioen in plaats van na 45 jaar zoals de algemene regel is. Het gevolg is dat ambtenaren met gunstige tantièmes vaak hogere pensioenen hebben én minder lang hebben gewerkt. Erg eerlijk is dat niet. Het is de bedoeling om de gunstige tantièmes alleen te behouden voor wie echt een zwaar beroep heeft, en dat mogen de sociale partners mee beslissen. Ik denk niet dat pastoors, universiteitsprofessoren of provinciegouverneurs zware beroepen zijn, maar de sociale partners moeten alle ruimte hebben. Het is alleen jammer dat ze onrust zaaien terwijl ze goed genoeg weten dat zij de keuzes mogen maken.”
 

Lees meer: https://www.n-va.be/sites/default/files/generated/files/magazine/n-vmnr5_2016_5.pdf